Een woonkamer met openslaande deuren is heerlijk, maar het zorgt ook voor twijfel in je indeling. Waar zet je je bank zonder de loop naar buiten te blokkeren? Heb je een vergelijkbare situatie met een grote glaspartij, lees dan ook hoe je een woonkamer met schuifpui praktisch kunt inrichten.
Hoe voorkom je dat het tocht of juist bloedheet wordt? En waarom voelt het soms toch onrustig, terwijl je alles ‘logisch’ hebt neergezet?
In deze blog help ik je daar stap voor stap doorheen. Niet met algemene interieurtips, maar met concrete keuzes en situaties die je meteen herkent in je eigen huis. Van indeling en looproutes tot licht, privacy en materialen. Zodat je woonkamer niet alleen mooi oogt, maar ook gewoon praktisch werkt zodra je die deuren elke dag open en dicht gebruikt.
De indeling rond je openslaande deuren
Voordat je iets koopt of verschuift, kijk je eerst rustig naar de ruimte rond je deuren. Waar loop je nu het meest, waar zit je graag en waar wil je straks naar buiten kunnen stappen zonder gedoe. Pak desnoods schilderstape en plak op de vloer uit hoe ver de deuren openzwaaien.
Een veelgemaakte fout is een bank of grote kast half voor de deuren zetten. Dat lijkt gezellig, maar in de praktijk schuif je dan steeds meubels opzij om naar buiten te kunnen. Hou minimaal een duidelijke strook vrij van ongeveer 90 centimeter breed als looproute naar de tuin.
Twijfel je over de beste indeling, werk dan met een simpele volgorde. Eerst bepaal je waar de zithoek komt, dan pas waar de eethoek en eventuele kasten komen. Begin daarbij met de basis en kijk wat de beste plek voor een bank in de woonkamer is.
Zo voorkom je dat de belangrijkste plek in de kamer in de verdrukking komt door een te grote eettafel.
- Meet de volledige breedte van de pui en noteer de draairichting van de deuren.
- Teken op schaal je woonkamer op papier of in een simpele app.
- Teken de draaicirkel van de deuren in, inclusief de ruimte die je nodig hebt om erlangs te lopen.
- Schuif op papier met de bank, fauteuils en eettafel tot de looplijnen logisch voelen.
- Controleer of je met een dienblad, wasmand of kinderwagen makkelijk naar buiten kunt.
In een kleinere woonkamer kies je beter voor luchtige meubels. Een bank op pootjes, een open vakkenkast en een compacte salontafel zorgen dat je meer vloer ziet. Dat maakt de ruimte richting de deuren optisch groter en je hebt minder obstakels als de deuren openstaan.
Heb je een eethoek in dezelfde ruimte, zet de tafel dan niet strak tegen de pui aan. Laat genoeg ruimte om stoelen naar achter te schuiven zonder dat ze tegen de deuren knallen. Een ovale of ronde tafel werkt vaak handiger, omdat je er makkelijker omheen beweegt als je naar buiten wilt.
Let ook op de plek van de tv. Door het vele daglicht is het slim om goed na te denken over de ideale plaats voor je tv.
Als je tv naast de deuren hangt, krijg je snel spiegeling in het scherm. Probeer de tv zo te plaatsen dat je niet recht tegen het licht in kijkt. Soms is een draaibare beugel handig, zodat je vanuit meerdere hoeken prettig kunt kijken.

Keuze in kozijnen en deurstijl
De stijl van je deuren bepaalt voor een groot deel de sfeer in je woonkamer. Kijk daarom eerst naar het huis zelf: jaren 30, jaren 70, nieuwbouw of appartement. Hoe beter de deuren aansluiten bij de basis van je huis, hoe rustiger het geheel oogt.
In een ouder huis passen vaak houten deuren met roeden en wat zwaardere profielen. Die geven meteen karakter en sluiten mooi aan op paneeldeuren, een schouw of ensuite deuren. In een moderner huis werken juist slanke profielen met grote glasvlakken beter, zodat je een rustig, licht beeld krijgt.
Qua materiaal heb je grofweg drie keuzes: hout, kunststof en aluminium. Hout oogt warm en kun je later nog eens overschilderen, maar je moet het wel af en toe bijwerken. Kunststof is praktisch en onderhoudsarm, maar let goed op de kleur en structuur zodat het niet te nep oogt. Aluminium is strak en slank, vooral mooi bij grotere puien en een moderne stijl.
Denk ook na over de dorpel. Een hoge dorpel is onhandig met kinderen, een kinderwagen of als je graag met een dienblad naar buiten loopt. Een lage of bijna vlakke dorpel geeft een veel fijner binnen-buitengevoel en is veiliger. Bespreek dit echt expliciet met de leverancier, want standaard is de dorpel soms hoger dan je zou willen.
Als je nieuwe deuren laat plaatsen, is het slim om meteen over extra’s na te denken. Wil je horren, screens of shutters, dan is het handig als het kozijnprofiel daar geschikt voor is. Vraag om voorbeelden van vergelijkbare projecten en let op hoe strak alles is afgewerkt.
Let ook op praktische dingen als deurgrepen en sloten. Een grote, verticale greep is fijn als je vaak met volle handen loopt. Zorg dat de deur makkelijk op een kier kan zonder dat hij dichtslaat bij een zuchtje wind. Kleine details, maar je ergert je er dagelijks aan als het niet handig is.

Licht, zicht en privacy goed in balans
Met openslaande deuren krijg je veel licht, maar soms ook veel inkijk. Die balans speelt ook in een woonkamer met veel ramen, waar licht en privacy slim samen moeten werken.
Zeker als je in een rijtjeshuis woont of je tuin direct aan die van de buren grenst. Het is slim om vooraf te bedenken hoeveel privacy je wilt overdag en ’s avonds.
Shutters zijn handig omdat je er goed mee kunt spelen. Je kantelt de lamellen voor privacy, maar laat toch licht binnen. Ze zijn wel wat nadrukkelijk aanwezig, dus kijk of dat past bij de rest van je interieur en of je de ramen nog makkelijk kunt schoonmaken.
Wil je het rustiger en zachter, dan zijn inbetween gordijnen een fijne middenweg. Die filteren het licht en breken de inkijk zonder dat het donker wordt. Je kunt ze combineren met dikkere overgordijnen voor de avond, zodat je je echt kunt afsluiten als je de lampen aan hebt.
Bij een strakker interieur zie je vaak plisségordijnen of vouwgordijnen in de deurvakken. Let er dan goed op dat de bediening niet in de weg zit bij het openen van de deuren. Kies systemen die tegen een stootje kunnen, want deuren worden nu eenmaal vaker aangeraakt dan gewone ramen.
- Kijk overdag vanaf de straat of vanuit de tuin naar binnen: waar voel je je te zichtbaar.
- Bedenk wanneer je vooral privacy wilt: overdag, ’s avonds of allebei.
- Kies een basisoplossing (inbetweens, shutters, plissés) en vul die eventueel aan met overgordijnen.
- Test stalen thuis bij het raam, zowel met daglicht als met kunstlicht.
- Controleer of de raamdecoratie makkelijk open en dicht kan als de deuren vaak gebruikt worden.
Heb je veel zon op de pui, dan speelt warmte ook een rol. Zonwerende folie, buitenzonwering of een kleine overkapping kan in de zomer veel schelen. Zo blijft je woonkamer prettig, ook als de zon er de hele middag vol op staat.
Denk tot slot aan het uitzicht. Wat zie je als je op de bank zit en naar buiten kijkt. Een mooie plant, een eenvoudige pergola of een nette schutting maakt een wereld van verschil als je veel glas hebt.
Kleur van de kozijnen: wit, zwart of iets ertussen
De kleur van je kozijnen aan de binnenkant bepaalt hoe aanwezig de pui in je woonkamer is. Witte kozijnen vallen weg tegen een lichte muur en geven een rustig beeld. Dat is prettig als je woonkamer niet zo groot is of als je al veel kleur in meubels en accessoires hebt.
Zwarte of donkergrijze kozijnen trekken juist de aandacht en maken een duidelijk kader van je uitzicht. Dat voelt wat stoerder en moderner en kan heel mooi zijn als je veel groen in de tuin hebt. Het contrast tussen donkere kozijnen en lichte muren geeft net wat meer pit aan een verder rustige ruimte.
Twijfel je, kijk dan eerst naar wat je al hebt. Heb je zwarte binnendeuren, donkere deurklinken of een stalen roomdivider, dan sluiten donkere kozijnen daar mooi op aan. In een lichter, Scandinavisch interieur werken zachte tinten als warm wit, greige of licht taupe vaak beter.
Vergeet de buitenkant niet. Soms wil je dat de kleur van de kozijnen aansluit bij de gevel of bij andere ramen in het huis. Bij een jaren 30 gevel is donkergroen of diepblauw bijvoorbeeld heel sfeervol, terwijl je binnen misschien liever licht houdt. Bespreek de mogelijkheid om binnen en buiten een andere kleur te geven.
Ben je bang dat zwart te hard is, kies dan voor heel donkergrijs of antraciet. Dat oogt net wat zachter, maar geeft wel dat strakke kader. Vraag altijd om kleurstalen en bekijk ze op verschillende momenten van de dag bij het raam, want kleuren veranderen enorm met licht.
Let ook op onderhoud en vlekken. Op spierwitte kozijnen zie je snel vieze vingers, zeker bij kinderen. Een iets warmere, gebroken witte tint is vaak vergevingsgezinder. Bij heel donkere kozijnen zie je stof en strepen sneller, dus die vragen soms net wat vaker een doekje.
De verbinding tussen woonkamer en tuin
Met openslaande deuren wil je dat binnen en buiten echt in elkaar overlopen. Kijk daarom niet alleen naar je woonkamer, maar ook naar wat je buiten direct achter de deuren ziet. Een rij containers of een rommelhoekje haalt het hele plaatje onderuit, hoe mooi je woonkamer ook is.
Een vlak terras direct achter de deuren is bijna onmisbaar. Hoe kleiner het hoogteverschil tussen binnen en buiten, hoe meer het voelt alsof je woonkamer doorloopt. Grote tegels, een houten vlonder of keramische tegels werken hier vaak goed, omdat ze rustig ogen en makkelijk schoon te houden zijn.
Zet tuinmeubels niet te dicht op de deuren. Je wilt de deuren helemaal open kunnen slaan zonder dat ze tegen stoelen of een tafel komen. Een vaste bank tegen de gevel of een zithoek iets verder de tuin in is vaak praktischer dan een grote tafel direct voor de pui.
Verlichting maakt ook veel uit voor de sfeer. Als je ’s avonds op de bank zit, is het fijn als je niet in een zwart gat kijkt. Een paar wandlampen, spots in de grond of een simpel lichtsnoer in de tuin geven meteen meer diepte en maken dat je tuin voelt als verlengde van je woonkamer.
Werk de verbinding ook door in je styling. Herhaal kleuren van je kussens of vloerkleed in de kussens van je tuinset. Zet een grote plant net binnen bij de deuren en een soortgelijke plant net buiten. Zo loopt het beeld vanzelf mooi in elkaar over en voelt het als één geheel.
Denk ook aan praktische dingen zoals een goede mat binnen en eventueel buiten. Zeker als je kinderen of huisdieren hebt, scheelt dat een hoop zand en modder op je vloer. Een smalle, lage opbergplek voor slippers of tuinschoenen bij de deur is ook handig, zodat je niet steeds natte schoenen door de kamer hebt slingeren.

Openslaande deuren in verschillende woningtypes
In een jaren 30 woning sluiten openslaande deuren vaak aan op een erker of ensuite deuren. Speel daar gerust op in met klassieke details, zoals roeden in het glas, een iets hogere onderdorpel en warme materialen als hout en messing. Dat past mooi bij paneeldeuren, een visgraatvloer en een schouw.
In een nieuwbouwappartement met balkon draait het vooral om licht en zicht. De buitenruimte is vaak compact, dus hou de inrichting licht en luchtig. Kies voor een niet te grote bank, een smalle eettafel en klapbare balkonmeubels, zodat je de deuren makkelijk open kunt slaan zonder dat alles in de weg staat.
Bij een uitbouw aan de achterzijde van een rijtjeshuis worden openslaande deuren vaak gecombineerd met een brede pui of extra zijramen. Dat geeft een soort tuinkamergevoel, maar kan ook zorgen voor meer galm en warmteverschillen. Los dat op met vloerkleden, gordijnen, goede isolatie en eventueel zonwering aan de buitenkant.
In een vrijstaande woning kun je vaak groter uitpakken met een brede pui of meerdere sets deuren. Dan is het slim om goed na te denken over looplijnen: waar loop je naar de keuken, waar naar de tuin en waar zit je het liefst. Plaats de deuren op de plek waar je ze echt gebruikt, niet alleen waar het mooi lijkt op de tekening.
Ook in kleinere jaren 70 woningen of tussenwoningen kun je veel winst halen. Dan helpen de tips voor het inrichten van een kleine woonkamer je om licht en loopruimte slim te benutten.
Door een oude achterdeur en een klein raam te vervangen door openslaande deuren, voelt de hele benedenverdieping meteen anders. Combineer dat met een lichte vloer, rustige muren en niet te volle meubels en je huis lijkt zo een maat groter.
Let in elk woningtype ook op veiligheid. Goede sloten, eventueel extra vergrendeling boven en onder en stevig glas zijn belangrijk, zeker aan de achterzijde van je huis. Vraag je leverancier welke opties er zijn en wat past bij jouw buurt en gevoel van veiligheid.
Materialen, vloer en warmte rond de pui
Een grote glaspartij is heerlijk, maar heeft invloed op warmte, geluid en slijtage van je vloer. Kies bij nieuwe deuren altijd voor goed isolerend glas, minimaal HR++ of beter. Dat scheelt in stookkosten en voorkomt dat het bij de deuren kouder aanvoelt dan in de rest van de kamer.
De vloer rond de pui krijgt veel te verduren: zonlicht, vocht van natte voeten, schuivende stoelen en speelgoed. Een goede kwaliteit pvc, keramische tegel of een goed afgewerkte houten vloer kan dat prima aan. Let op kleur en structuur, zodat zand en kleine vlekken niet meteen opvallen.
Heb je vloerverwarming, laat dan extra goed kijken naar de aansluiting bij de pui. Je wilt geen koude strook langs de deuren. Een goede isolerende ondervloer en een nette afwerking bij de dorpel maken veel verschil in comfort, zeker als je graag op blote voeten loopt.
Met stoffen maak je de ruimte rond de deuren zachter en minder galmend. Denk aan een groot vloerkleed dat tot een stukje voor de pui doorloopt, lange gordijnen en een stoffen bank. Dat breekt het harde glas en zorgt voor een warmere uitstraling, zonder dat je licht verliest.
Heb je last van galm, voeg dan bewust extra textiel toe. Een wandkleed, gestoffeerde eetkamerstoelen of een dikke plaid op de bank helpen al. Je hoeft niet alles vol te hangen, maar een paar bewuste keuzes maken de ruimte meteen een stuk rustiger voor je oren.
Denk ook aan onderhoud. Kies materialen die je makkelijk schoonmaakt, zeker als je vaak met natte voeten of modderschoenen naar binnen loopt. Een afneembare hoes op de bank, een wasbaar vloerkleed en een vloer die tegen een dweil kan, maken het dagelijks leven rond de pui een stuk relaxter.

Stylingtips voor een gezellige woonkamer met openslaande deuren
Met styling maak je van je deuren meer dan alleen een doorgang. Richt bijvoorbeeld een kleine leeshoek in bij de pui met een fijne fauteuil, een staande lamp en een bijzettafeltje. Zo wordt het een plek waar je ook graag zit als de deuren dicht zijn en het buiten koud is.
Werk met verschillende hoogtes rond de pui. Een grote plant, een staande lamp en een laag bankje of mand zorgen voor een speels beeld. Let er wel op dat je het uitzicht niet helemaal dichtzet, je wilt nog steeds naar buiten kunnen kijken zonder langs spullen te turen.
Kies kleuren die goed samenwerken met het licht uit de tuin. Groentinten, zandkleuren en warme wittinten pakken het groen van buiten mooi op en geven rust. Heb je veel schaduw in de tuin, dan kunnen iets warmere tinten binnen helpen om het geheel toch gezellig te laten voelen.
Accessoires mogen bij zo’n grote glaspartij best wat groter zijn. Een forse vaas, een groot kunstwerk aan de zijmuur of een brede vensterbank met een paar mooie items oogt beter dan heel veel kleine prulletjes. Dat houdt het rustig en ruimtelijk, zeker als je deuren veel glas hebben.
Vergeet ook de praktische styling niet. Een mooie, stevige deurstopper, een nette mand voor plaids bij de pui en een fijne binnenmat maken dat je de deuren vaker echt gebruikt. Leg in de zomer een stapel kussens klaar die je zo mee naar buiten neemt, dan wordt de stap om de deuren open te gooien nog kleiner.
Gebruik je deuren ook in de koudere maanden. Zet ze op een frisse, droge dag even tegen elkaar open om het huis goed te luchten. Met een warme trui en een plaid is het heerlijk om even in de deuropening te zitten en zo haal je nog meer uit je woonkamer met openslaande deuren.
Op zoek naar nog meer woonkamer-inspiratie? Lees ook Mijn eerste woonkamer was 22 m² en altijd te vol, Kleine woonkamer inrichten met hoekbank, Kleine woonkamer met open keuken inrichten, Kleine woonkamer inrichten of Woonkamer met open haard. Wil je weten welke stijl bij jou past? Doe dan onze woonstijltest of bekijk het woonmagazine voor meer interieur-inspiratie.



