Een vloerkleed kiezen lijkt simpel, tot je eenmaal in de winkel of webshop zit. Dan blijken er ineens tientallen maten te zijn en twijfel je of dat ene kleed niet net te klein of juist te groot is voor jouw ruimte.
De maat bepaalt uiteindelijk of je kamer rustig en samenhangend oogt, of juist rommelig en los. Een goed gekozen kleed verbindt je meubels en maakt van losse elementen één geheel. Maar zit je ernaast, dan voelt alles nét niet lekker.
Misschien heb je al een idee van wat je mooi vindt, maar weet je niet goed hoe je dat vertaalt naar de juiste afmetingen in jouw huis. In dit artikel help ik je stap voor stap, met praktische richtlijnen en simpele checks, zodat je precies weet welke maat vloerkleed bij jouw ruimte past.
Hoe bepaal je de juiste maat vloerkleed?
Begin niet bij het kleed, maar bij je ruimte. Waar moet het kleed komen, hoe loop je door de kamer en welke meubels staan eromheen? Pak daarna pas de rolmaat erbij.
Loop eerst even door de ruimte en let op waar je loopt, draait en zit. In de zithoek wil je meestal dat bank, fauteuils en salontafel één eiland vormen. Het helpt daarom om eerst te kijken wat de beste plek voor een bank in de woonkamer is. In de eethoek draait het juist om goed kunnen schuiven met stoelen.
Meet je meubels op en schrijf de maten op. Niet gokken, gewoon even meten. Tel bij de breedte van je bank of tafel aan beide kanten 15 tot 30 centimeter op als richtlijn voor de minimale breedte van je vloerkleed.
Voor de lengte kun je hetzelfde doen: kijk welke meubels op het kleed moeten komen en tel daar aan de kopse kanten wat extra centimeters bij. Zo voorkom je dat het kleed net te kort is en ergens in het midden van de zithoek eindigt.
Twijfel je tussen twee maten, kies dan meestal de grootste, zolang er nog een rand vloer zichtbaar blijft. Een iets te groot kleed oogt rustiger dan een kleed dat los in de ruimte ligt te dobberen. Houd als vuistregel een zichtbare vloerplint van minimaal 20 centimeter rondom aan.
Een simpele manier om te testen is met schilderstape of kranten. Plak de buitenrand van het kleed af of leg kranten neer in het formaat dat je in je hoofd hebt. Ga zitten, loop eromheen en kijk of het prettig voelt.
- Meet de meubels die op of tegen het kleed komen.
- Tel aan alle kanten minimaal 15 tot 30 centimeter extra bij de maat op.
- Check de looproutes: stap je half op en half naast het denkbeeldige kleed, dan is de maat of positie niet handig.
- Plak de maat af met tape of leg kranten neer en bekijk het vanuit verschillende hoeken.
- Laat altijd een strook vloer zichtbaar tussen kleed en muur of kast.
Let ook op de verhouding met de rest van de kamer. In een kleine ruimte kan een groter kleed de boel juist rustiger maken, omdat je minder losse stukken vloer ziet. Dat zie je ook terug bij het inrichten van een kleine woonkamer met een eetgedeelte. In een grote ruimte kan een te klein kleed alles juist kleiner en rommeliger laten lijken.
Vloerkleed in de zithoek
In de zithoek bepaalt het vloerkleed hoe samenhangend alles oogt. Zie het kleed als het podium waar je zithoek op staat. Hoe beter dat podium aansluit, hoe rustiger het geheel wordt.
Heb je een rechte bank met een salontafel, dan werkt de regel van de voorpoten vaak goed. Zet de voorpoten van de bank op het kleed en zorg dat het kleed aan beide kanten iets breder is dan de bank. Reken op minimaal 15 tot 20 centimeter aan elke zijde.
Bij een bank van 200 centimeter breed kom je dan al snel uit op een kleed van 160 x 230 centimeter of groter. Staat er nog een fauteuil naast, dan is een maat groter vaak mooier, zodat ook die stoel deels op het kleed kan staan.
In een kleine woonkamer kun je het kleed ook vóór de bank leggen. Dezelfde basisregels komen terug bij het inrichten van een kleine woonkamer. Zorg dan dat het kleed ongeveer even breed is als de bank, of iets breder. Bij een bank van 190 centimeter is een kleed van 140 x 200 centimeter vaak een veilige keuze.
Met een hoekbank is het slim om eerst te bepalen of je de hele bank op het kleed wilt of alleen de voorste poten. Heb je genoeg ruimte, dan oogt het luxe als de hele bank op het kleed staat. Tel dan aan beide kanten 20 tot 30 centimeter bij de lengte van de bank op.
Bij een hoekbank van 275 centimeter lang kom je dan uit op een kleed van ongeveer 230 x 330 centimeter als je royaal wilt gaan. Is je kamer daar te klein voor, kies dan een kleed van rond de 200 x 290 centimeter en laat in elk geval de lange zijde en de salontafel volledig op het kleed staan.
Let ook op de looproutes. Moet je steeds langs de salontafel naar de keuken of tuin, leg het kleed dan zo dat je óf helemaal op het kleed loopt, óf er duidelijk langs. Een rand waar je telkens half op stapt, gaat sneller krullen en irriteert.
Heb je een open woonkamer met meerdere zithoeken of een werkplek erbij, dan kun je met de maat van het kleed zones maken. Een groter kleed onder de hoofd-zithoek en een kleiner kleed onder een leesstoel geeft structuur zonder dat je muren nodig hebt.
Kijk tot slot naar de verhouding met je vloer. Op een drukke houten vloer werkt een wat groter, rustiger kleed vaak beter. Op een rustige gietvloer of pvc kun je juist spelen met een iets kleiner kleed met meer structuur, zolang het de zithoek maar als geheel vangt.
Vloerkleed onder de eettafel
Onder de eettafel draait het vooral om praktisch gebruik. Kijk daarom ook hoe je een eettafel optimaal in de ruimte plaatst als je genoeg schuifruimte wilt houden. Je wilt stoelen soepel naar achter kunnen schuiven zonder dat ze half van het kleed af kukelen. Dat bepaalt voor een groot deel de minimale maat.
Meet eerst je tafel op en kijk hoe ver de stoelen naar achter schuiven als iemand gaat zitten. Ga uit van minimaal 40 tot 60 centimeter extra vloerkleed rondom de tafel. Zo blijven de achterpoten van de stoelen op het kleed, ook als iemand ver naar achter schuift.
Bij een rechthoekige tafel van 90 x 180 centimeter kom je dan vaak uit op een kleed van 200 x 290 centimeter. Heb je een langere tafel, bijvoorbeeld 100 x 220 centimeter, dan is een kleed van 200 x 290 centimeter nog steeds vaak haalbaar, maar kijk goed naar de stoelen aan de kopse kant.
Bij een ronde tafel werkt het net anders. Neem de diameter van de tafel en tel daar rondom 30 tot 60 centimeter bij op. Bij een ronde tafel van 120 centimeter is een rond kleed van 180 centimeter meestal een mooie maat.
Heb je een vierkante tafel, kies dan een kleed dat aan alle kanten 40 tot 70 centimeter groter is dan de tafel. Zo blijft het geheel ruim ogen en voorkom je dat stoelen half op de rand terechtkomen. Een vierkante tafel van 100 x 100 centimeter past bijvoorbeeld goed op een kleed van 180 x 180 centimeter.
Let ook op de vorm. Bij een ronde tafel staat een rond kleed vaak het rustigst, maar een vierkant kleed kan ook als je genoeg ruimte hebt. Bij een langwerpige tafel oogt een rechthoekig kleed bijna altijd beter dan een vierkant, omdat het de vorm van de tafel volgt.
Omdat er in de eethoek veel bewogen wordt, is een antislip onderkleed hier extra handig. Zeker op een gladde vloer schuift een kleed anders snel scheef. Een onderkleed zorgt ook dat de hoeken niet omkrullen als er vaak stoelen overheen schuiven.
- Meet tafel én stoelen in schuifstand op.
- Tel rondom minimaal 40 tot 60 centimeter extra op bij de maat van de tafel.
- Kies een vorm die de vorm van je tafel volgt voor een rustig beeld.
- Test met tape of kranten of deuren en looproutes vrij blijven.
- Gebruik een antislip onderkleed om schuiven te voorkomen.
Let tot slot op de combinatie met je vloer en stoelen. Heb je donkere stoelen op een donkere vloer, dan kan een iets groter, lichter kleed helpen om de eethoek los te trekken van de rest. Bij lichte stoelen op een lichte vloer kan een kleed met wat meer structuur of patroon juist weer zorgen dat vlekken minder opvallen.
Vloerkleed in de slaapkamer
In de slaapkamer draait het vloerkleed vooral om comfort en sfeer. Zeker bij het inrichten van een kleine slaapkamer maakt de juiste maat veel verschil. Je wilt niet met je blote voeten op een ijskoude vloer landen. Tegelijk moet het kleed niet in de weg liggen bij deuren en kasten.
Bedenk eerst hoe je het kleed wilt leggen. Optie één is een groot kleed onder het bed, dat aan de zijkanten en het voeteneinde uitsteekt. Optie twee is werken met lopers naast het bed, handig in een kleinere kamer.
Ga je voor een groot kleed onder het bed, reken dan dat het kleed aan beide lange kanten 60 tot 80 centimeter uitsteekt. Zo stap je altijd op zacht, ook als je een beetje scheef uit bed stapt. Bij een tweepersoonsbed van 160 x 200 centimeter kom je dan al snel uit op een kleed van ongeveer 200 x 290 centimeter.
Je kunt het kleed ook laten beginnen vanaf ongeveer een derde van het bed. Het hoofdeinde staat dan nog op de vloer, en vanaf halverwege tot voorbij het voeteneinde ligt het kleed. Dat scheelt in maat en dus in prijs, maar voelt toch royaal.
Heb je een kleinere kamer of staat je bed strak tussen twee muren, dan zijn lopers een goede oplossing. Leg aan beide kanten een smal, lang kleed neer, bijvoorbeeld 70 x 200 centimeter. Zo heb je warme voeten zonder dat je een groot oppervlak hoeft te bedekken.
Een kleed aan het voeteneinde kan ook. Dat is vooral mooi bij een bed op pootjes of een wat hogere boxspring. Kies dan een kleed dat iets breder is dan het bed en ongeveer 120 tot 160 centimeter lang, afhankelijk van de ruimte.
Vergeet de deuren en kasten niet. Check of de slaapkamerdeur en kastdeuren nog goed open kunnen als er een kleed ligt. Een te dik kleed kan ervoor zorgen dat een deur blijft haken of dat een lade niet volledig open kan.
In de slaapkamer kun je qua materiaal vaak wat zachter en dikker gaan dan in de woonkamer. Er wordt minder gelopen met schoenen en er wordt niet gegeten. Let wel op als je vloerverwarming hebt: kies dan een kleed dat daarvoor geschikt is, zodat de warmte er nog doorheen kan.
Veelgemaakte fouten bij de maat van een vloerkleed
De grootste fout is bijna altijd dezelfde: het kleed is te klein. Dat gebeurt snel als je alleen naar de vrije vloer kijkt en niet naar de meubels. Het resultaat is een kleed dat ergens los in de ruimte ligt, zonder dat het iets verbindt.
Een andere fout is een kleed dat precies even breed is als de bank of tafel. Op papier lijkt dat netjes, maar in het echt oogt het vaak gekunsteld. Een paar centimeter extra aan de zijkanten maakt het geheel rustiger en minder stijf.
Ook zie je vaak dat een vloerkleed te dicht tegen een muur of kast aan ligt. Laat liever een strook vloer zichtbaar tussen het kleed en de muur. Dat geeft lucht en zorgt dat het kleed niet voelt als een tweede vloer.
Bij de eettafel gaat het vaak mis doordat er niet is nagedacht over stoelen in schuifstand. Aan tafel lijkt alles te passen, maar zodra iemand zijn stoel naar achteren schuift, staat de achterste poot half op de rand. Dat zit niet lekker en is slecht voor het kleed.
In de zithoek wordt de looproute soms vergeten. Een kleed dat precies in het looppad ligt, met randen waar je steeds net op of naast stapt, gaat sneller verschuiven en krullen. Leg het kleed liever zo dat je óf duidelijk op het kleed loopt, óf er duidelijk langs.
Tot slot wordt de dikte van het vloerkleed nog wel eens vergeten. Een heel dik kleed kan prachtig zijn, maar kan in de weg zitten bij deuren, wieltjes van een salontafel of een bureaustoel. Kijk dus niet alleen naar lengte en breedte, maar ook naar de hoogte.
Een handige manier om fouten te voorkomen, is om jezelf een paar vragen te stellen voordat je bestelt:
- Welke meubels moeten (deels) op het kleed staan?
- Kunnen stoelen of fauteuils nog goed schuiven of draaien?
- Blijven deuren en lades vrij?
- Is er rondom het kleed nog een rand vloer zichtbaar?
- Loop je niet steeds half op en half naast het kleed?
Als je op een van deze vragen nee moet antwoorden, is de kans groot dat de maat of de positie niet klopt. Dan is het slimmer om nog even terug te gaan naar de rolmaat en tape, in plaats van te hopen dat het wel meevalt.
Handig opmeten en testen met tape of kranten
Op een scherm lijken maten altijd anders dan in het echt. Een kleed van 200 x 290 centimeter klinkt misschien enorm, maar in een woonkamer met een grote bank valt het soms juist precies goed. Daarom is testen op de vloer zo belangrijk.
Pak schilderstape en plak de omtrek van het kleed dat je in gedachten hebt op de vloer. Volg de maten zo precies mogelijk. Loop eromheen, ga op de bank zitten, schuif een stoel naar achter en kijk hoe het voelt.
Heb je geen tape, gebruik dan kranten, oude dozen of lakens. Leg ze neer in het formaat dat je overweegt. Vooral bij grote maten merk je dan snel of het formaat de ruimte mooi vult of juist alles opslokt.
Kijk niet alleen staand, maar ook zittend. Hoe oogt het als je op de bank zit, aan tafel of op bed? Soms zie je dan pas dat een kleed net te dicht bij een kast ligt of dat een deur niet lekker open kan.
Maak eventueel een foto van de kamer met de afgeplakte maat. Op een foto zie je verhoudingen vaak duidelijker dan met het blote oog. Je ziet meteen of het kleed de zithoek goed vangt of dat het ergens in het midden ligt te zweven.
Twijfel je tussen twee maten, plak ze dan allebei een keer af. Begin met de kleinste maat en maak daar een foto van. Plak daarna de grotere maat af en maak opnieuw een foto. Vergelijk de beelden en let op wat rustiger en logischer oogt.
Neem ook je vloer mee in je keuze. Op een drukke vloer kan een iets groter kleed met een rustige kleur helpen om de boel te kalmeren. Op een rustige vloer kun je juist spelen met een kleed dat iets kleiner is maar meer structuur of patroon heeft, zolang de meubels maar goed op het kleed staan.
Antislip, onderhoud en praktische extra’s
Naast de maat zijn er een paar praktische dingen die bepalen of je blij wordt van je vloerkleed. Antislip is er daar één van. Zeker op een gladde vloer zoals laminaat of pvc voorkomt een onderkleed dat je kleed wegschuift of dat de hoeken omkrullen.
Een onderkleed zorgt er ook voor dat je vloerkleed minder snel slijt. Het vangt een deel van de druk op en helpt om de vorm strak te houden. Vooral bij dunnere kleden of kleden met een lage pool merk je dat verschil goed.
Denk ook na over onderhoud. In de eethoek krijg je sneller te maken met kruimels en vlekken, dus kies daar liever een kleed dat je makkelijk kunt stofzuigen en waar een vlek niet meteen in trekt. In de zithoek is een kleed met wat structuur fijn, omdat het minder snel elk pluisje laat zien.
De kleur en het patroon hebben invloed op hoe groot een kleed oogt. Een effen, licht kleed kan een ruimte groter laten lijken, terwijl een donker of heel druk kleed de ruimte optisch kleiner maakt. Dat kun je gebruiken om een lange, smalle kamer wat beter in verhouding te krijgen.
Heb je vloerverwarming, check dan of het materiaal van het kleed daarvoor geschikt is. Sommige hele dikke kleden houden de warmte meer tegen. Dat heeft niet direct met de maat te maken, maar wel met hoe comfortabel het uiteindelijk voelt in de ruimte.
Tot slot nog iets over budget. Een groter kleed is natuurlijk duurder, maar levert vaak ook meer rust op. Als je moet kiezen tussen een kleiner kleed met een heel uitgesproken dessin of een iets groter, rustiger kleed, dan is dat grotere kleed in de praktijk vaak de betere investering voor je interieur.
Op zoek naar nog meer inspiratie? Lees ook Welke vorm eettafel past bij mij?, Welke keuken past bij mij?, Welke kleur op de muur?, Welke bank past bij mij? of Welke BBQ past bij mij?. Wil je weten welke stijl bij jou past? Doe dan onze woonstijltest of bekijk het woonmagazine voor meer interieur-inspiratie.



